Deze bijdrage gaat over het oeuvre van de Britse/Schotse auteur Philip Kerr. Naar mijn oordeel een van de beste thrillerschrijvers ooit. In de woorden van z’n Nederlandse collega Tomas Ross “Ik kap met schrijven, want dit kan ik niet denk ik elke keer als ik een boek van hem uit heb”. Kerr’s boeken werden in Nederland en internationaal vele malen bekroond.
Hoofdpersonage in zijn 14 superieur geschreven thrillers is de Berlijnse speurder Bernie Gunther, voormalig als “Kommissar” werkzaam bij de Kriminalpolizei in Berlijn. De verhalen spelen vanaf de opkomst rond 1936 van nazi-Duitsland tot in de jaren ’50 met o.a. op locaties als Argentinië en Cuba. Gunther is een tamelijk eenzame figuur maar ook een onafhankelijke geest met zwarte humor en uitgesproken antinazi. In een interview in de Volkskrant (12 sept.2008) typeert Kerr zijn hoofdpersoon: “Bernie Gunther is geen held, hij doet regelmatig dingen waarover hij zich schuldig voelt, hij probeert kwesties en opdrachten zo goed mogelijk te behandelen (met gevaar voor eigen leven) en hij is geïnteresseerd in geld en vrouwen”. Om Gunther als personage zo goed mogelijk uit de verf te laten komen gaat Kerr deels (bijna autobiografisch) van zich zelf uit. Z’n boeken en plots illustreren hoe flinterdun het onderscheid tussen goed en kwaad kan zijn. Kerrs interesse in zijn boeken ligt op het snijvlak van historische belangstelling en fictie. Hij wilde over Berlijn schrijven in het interbellum, de periode van de opkomst van het nazisme en Hitler, na de val van de Weimar republiek en de periode van 1940 – 1945. Voordat hij met schrijven begon deed hij ruim 2 jaar onderzoek, bezocht Berlijn enkele keren maar haalde veel informatie over Berlijn uit de bekende rode Baedekergidsen.
Kerr’s opus magnum: de Berlijnse trilogie
In het eerste deel uit deze trilogie met als titel Een Berlijnse kwestie maakt Berlijn zich op voor de Olympische Spelen van 1936. Voormalig commissaris Bernie Gunther, nu privédetective, krijgt z’n eerste grote opdracht. Hij is gespecialiseerd in het opsporen van vermiste personen en wordt op een nachtelijk uur ontboden bij de schatrijke staalmagnaat en wapenfabrikant Six. Gunther krijgt de opdracht om de dader(s) van zijn in koelen bloede vermoorde dochter op te sporen. Als er tijdens z’n zoektocht een aanslag op Gunther wordt gepleegd en niemand minder dan Hermann Goering contact met hem zoekt, komt Bernie erachter in wat voor wespennest hij terecht is gekomen.

In het Handwerk van de beul, dat zich in de zomer van 1938 afspeelt (Hitler heeft dan vrij spel in Europa), wordt Gunther gedwongen om een seriemoordenaar op te sporen die jonge Arische meisjes op gruwelijke wijze ombrengt. Zijn onderzoek brengt hem tot in hoge nazikringen waar ook een gehandicapt meisje uit een nazigezin wordt vermist. Hij ontdekt een verband met het uitoefenen van medische experimenten.
In het derde boek van de trilogie Een Duits requiem is de oorlog in 1947 voorbij en tracht Gunther, nu oostfront veteraan, zich overeind te houden in het platgebombardeerde en verdeelde Berlijn. Dan wordt hij door een kolonel van de Russische geheime dienst benaderd en zwaar onder druk gezet om een zwarthandelaar van de galg te redden die is gearresteerd voor de moord op een Amerikaanse officier. Hij reist daarvoor naar Wenen, een andere onder de geallieerden opgedeelde stad waar hij op een ondergronds vertakt netwerk van oud-naziofficieren stuit die vuile zaken opknappen. Maar de vraag waar Gunther zich voorgesteld ziet is wie in feite de grootste misdadigers zijn: leden van de bezettende machten of oud naziofficieren.
In 2015 was ik samen met 7 andere bewonderaars bij een signeersessie van Philip Kerr in een Haarlemse boekhandel n.a.v. de publicatie van De vrouw van Zagreb. Hij signeerde mijn exemplaar met een persoonlijke opdracht: Wim, “a real Guntherfan”.
Tijdens deze ontmoeting ontstond een spontane discussie over het karakter van Adolf Eichmann (die hij als personage opvoert in De stille vlam uit 2008, speelt zich af in Argentinië waar Eichmann na de oorlog heenvlucht). Kerr voert hem op als een tragisch-komische burgerman, niet als een belichaming van het kwaad. Een typering waarin hij het eens was met het oordeel van de Pools-Joodse filosofe Hannah Ahrend die schreef over het Eichmannproces in 1961 en daarover de Banaliteit van het kwaad publiceerde. Later herzag hij zijn mening en betoogde hij dat Eichmann wel degelijk een overtuigde nazi was geweest.
Voorinformatie over de boeken zie bol.com
zie ook the fan Bernie Gunther fan website
