Ik heb vroeger in mijn werkzame leven gedurende ruim 20 jaar veel gereisd. Heb vele landen bezocht in Europa maar ook in de VS, Australië, Midden- Oosten etc. Nu reis ik nauwelijks meer naar “buitenlanden” en moet ik het hebben van de vele herinneringen aan die goede oude tijd en verder kan ik zittend in een comfortabele fauteuil op relaxte wijze genieten van veel fictie en non-fictie boeken over reizen en reisavonturen.
Er zijn veel bekende reisschrijvers. Denk aan Cees Nooteboom, misschien wel de nestor van het gilde van reisauteurs. Maar ook aan Gerrit Jan Zwier die vele reisboeken over Scandinavië (inclusief IJsland en Groenland) publiceerde. Ook veel van het oeuvre van Pieter Waterdrinker mogen we rekenen tot de reisliteratuur die zich voornamelijk in Oost-Europa en Rusland afspeelt. Een van de grootste hedendaagse reisauteurs is Jan Brokken. Hij schreef in ruim een halve eeuw meer dan 20 boeken over reizen en verblijven all around the world. Zijn meest recente boek draagt de veelzeggende titel van “De weemoed van de reiziger”. Hij portretteert daarin twintig bekende wereldburgers van culturele naam en faam uit de laatste twee eeuwen.
De komende afleveringen van deze boekencolumn zullen over reizen gaan. Psycholoog Ap Dijksterhuis, een fanatieke reiziger, citeert in z’n boek “Wie (niet) reist is gek” (2017, 7de druk) met instemming Kipling die twee soorten mensen onderscheidt: zij die thuis blijven en zij die dat niet doen. Dijksterhuis merkt ook op dat er een complexe relatie bestaat tussen beide soorten. “Een goede vriend van me heeft ronduit een hekel aan reizen, als ik tijdens een etentje begin over mijn avontuurlijke reizen naar Birma of Guatemala weet hij in no time de conversatie behendig terug te sturen naar minder woelige wateren”.

Ondanks zijn ervaringen met notoire thuisblijvers die volgens Dijksterhuis niets (willen?) begrijpen van de regelmatig opkomende “wegwee” die hem en andere reizigers de wijde wereld in doen trekken”, profileert hij zich als een hartstochtelijk en buitengewoon gedreven “globetrotter” voor wie geen zee te hoog gaat. In een zin vat Dijksterhuis zijn passie voor reizen bondig samen “ het is de manier om ons brein soepel te houden, het reikt inspiratie en creativiteit aan, haalt vooroordelen onderuit, maakt ons gelukkiger en verlengt tenslotte ons leven”. Dijksterhuis geeft zes redenen (die ik hier niet alle zal bespreken) om op reis te gaan. Om tot deze conclusie te komen put hij uit eigen ervaringen (en dat zijn er heel veel…) en uit wetenschappelijke literatuur maar hij geeft ook onmiddellijk toe dat zijn relaas als geheel volslagen subjectief is. Hij citeert ook regelmatig schrijvers of anti-reizigers die alleen motieven aanvoeren om niet op reis te gaan. Zoals de onvolprezen Rotterdamse schrijver “met patent op weemoed” Bob den Uyl (1930 – 1992) ooit schreef “reizen kost alleen maar tijd, geld en je gezondheid”.
Reizen bevredigt een van de belangrijkste en mooiste emoties volgens Dijksterhuis n.l. verwondering. De anatomie van verwondering bestaat uit 1) schrik, 2) verbazing en 3) opgetogenheid of ongeremde euforie; dat is je geest die dankbaarheid toont. Hij illustreert zijn favoriete emotie o.a. aan het opgetogen gevoel dat het zien en binnengaan van het Tate Modern in Londen bij hem teweeg brengt.
Reizen inspireert ook vaak buitengewoon. Die inspiratie ontsproot bij de schrijver zowel bij het bezoek aan majestueuze gebouwen (denk aan de Taj Mahal die “betovert, ontroert en inspireert”) en schitterende landschappen (Grand Canyon) als bij de ontmoeting op reis van inspirerende en markante mensen. Zo raakte Dijksterhuis gebiologeerd door ene Mr. Book uit Hsipaw, een provinciestadje ergens in Birma. Mr.Book, een klein oud mannetje met kleine donkere ogen, was eigenaar van een winkeltje van 3 meter breed en 1,5 meter diep. Hij had zich als levensdoel gesteld om kinderen uit arme, omliggende dorpen actief te laten lezen en schrijven waarvoor hij een deel van zijn boekverkoop besteedde aan boeken, schriften, pennen en potloden (maar ook aan toiletartikelen, hotelzeepjes (“last time they ate it, they thought I brought candies…”). Als psycholoog observeerde Dijksterhuis dat hij bij Mr.Book voor zijn altruïsme geen enkele trots waarnam, alleen maar oprechte blijdschap. Mr.Book deed niet aan trots, hij had zijn ego allang overboord gegooid….
Uit onderzoek blijkt volgens Dijksterhuis dat door de ervaring van een andere cultuur de creativiteit groeit. Reizigers voldoen bij uitstek aan de persoonlijkheidskenmerken uit de Big Five, zoals openstaan voor (nieuwe) ervaringen, mentale stabiliteit, omgaan met onzekerheid. Niet-reizigers daarentegen scoren laag op deze factoren.
Reizen verrijkt het emotionele repertoire betoogt Dijksterhuis. Hij noemt er twee. Euforische ontheemdheid ontstaat nadat ons brein enige tijd ontzettend snel heeft moeten werken om alle prikkels te verwerken (een toestand die alleen optreedt als het brein ontgift van overprikkeling is, fris en schoon is, en in balans functioneert). Euforische ontheemdheid ervaarde de auteur in Varanasi, de meest heilige stad van India aan de oevers van de Ganges. Hij beschrijft dat al wandelend zijn zintuigen (ogen, oren, reuk, smaak, tast) overuren moesten draaien vanwege de enorme hoeveelheid prikkels die op hem (en z’n vriendin) afgevuurd werden: huizen in alle kleuren, rennende kinderen, mannen, vrouwen in sari’s (alle kleuren van de regenboog), honden, geiten, koeien, duiven, tientallen voertuigen, honderden reclameborden etc. etc. Bij euforische ontheemdheid ontstaat gewenning, na enkele dagen is het euforische effect weg, volgens Dijksterhuis omdat het brein wel klaar is met “dopamineafgifte”.
Een tweede merkwaardige emotie noemt hij naar een variant op nostalgie (enorm gevoel van verlangen naar vroeger), “nostgarie”, het schijnbaar tegenovergestelde van nostalgie. Nostgarie is “niet geobsedeerd worden door verlangen naar vroeger maar vroeger waar je zo gelukkig en tevreden was weer teruggevonden hebben”. Dat gevoel kun je ook dicht bij huis zonder ver te reizen vinden.
Reizen is leerzaam en maakt mensen gelukkig is ook een stelling van Dijksterhuis. Grenzen bestaan niet en de meest essentiële les die reizigers ervaren is dat mensen overal hetzelfde zijn. Ze streven allen naar begrip en geborgenheid, ze willen zich veilig voelen en prettig omgaan met anderen en (uiteraard) gelukkig zijn.
Gewoontes, gedrag en rituelen tussen mensen en culturen verschillen, maar op de keper beschouwd niet hun behoeftes en drijfveren. Ook geldt dat mensen die veel reizen daarna meer vertrouwen in hun medemens tonen hetgeen weer bijdraagt aan hun geluksbeleving. Dijksterhuis merkt in dit verband fijntjes op dat mensen die grenzen willen sluiten en gemeenteraden willen ontregelen omdat ze geen asielcentrum willen (voor zog. gelukszoekers die je niet kunt vertrouwen…), handelen uit onwetendheid en angst: het zijn geen reizigers…..
Dijksterhuis wijdt ook een hoofdstuk aan tijd en tijdsbeleving, belangrijke factoren bij reizen en verblijven. Op reis maak je veel meer mee dan thuis, dagen lijken weken, weken lijken maanden. Ons brein houdt de tijd bij en doet dat op een intuïtieve manier. De eenheid waarmee onze interne klok werkt is niet de seconde of de minuut (op klok of horloge). Het is de prikkel, hoe meer prikkels hoe langer iets duurt of beter gezegd hoe langer het lijkt te duren.
In z’n slothoofdstuk werpt Dijksterhuis de vraag op wat mensen gelukkig(er) maakt: reizen of spullen/materie? Hij haalt onderzoek aan waaruit blijkt dat ervaringen (zoals reizen) mensen tevredener maakt dan spullen. Dat sluit aan bij eigen onderzoek waarvan de conclusie luidt dat ervaringen zelden leiden tot vervelende vergelijkingen, spullen doen dat wel en leiden vaak tot cognitieve dissonantie want aanschaf van een nieuwe muziekinstallatie veroorzaakt piekeren over niet-gekochte alternatieven. Ook is het zo dat je (reis)ervaringen een grotere sociale waarde kennen dan spullen omdat ze vaak gedeeld of meebeleefd worden door anderen. Maar misschien is wel het grootste verschil tussen ervaringen en spullen het hebben van voorpret en napret die grote psychologische effecten hebben aldus Dijksterhuis. Een betwistbare claim: hoe groot is iemands voorpret (of napret) als hij een lange dag op Schiphol of elders heeft doorgebracht met wachten vanwege een vertraagde dan wel een afgelaste vlucht…? Dijksterhuis beschrijft ook zo’n ervaring waarbij hij en een reisgenoot dagen moeten wachten op een binnenlandse vlucht in Indonesië waarbij de ene dag zij (ondanks hun bevestigde boeking) niet op de passagierslijst voorkomen, de volgende dag als ze wel op de lijst prijken de vlucht gecanceld blijkt, situaties die zich nog tweemaal herhalen…
Mijn conclusie: een zeer aanstekelijk boek dat de reislust aanmoedigt om tal van reisbestemmingen te bezoeken volgens je eigen “bucketlijst”. Of die bestemmingen die Dijksterhuis gedurende jarenlange reizen heeft aangedaan. Een boek dat op interessante en humoristische manier inzicht biedt in de drijfveren van de (niet) reiziger. Weliswaar gebaseerd op psychologische kennis en onderzoek maar toch vooral op zijn persoonlijke ervaringen waardoor deze in grote mate subjectief gekleurd zijn.
Want laten we wel wezen, hoe (duurzaam) blij kan iemand niet zijn met spullen zoals een nieuw aangeschafte racefiets? Een daad die hem gelukkiger maakt dan een trip naar Bhutan om daar het Taktshang-klooster, het “paleis van geluk”, te bezoeken; met het risico op vertraagde of gecancelde vluchten…
Wie (niet) reist is gek, Ap Dijksterhuis | 9789044639476 | Boeken | bol
