FELIX NUSSBAUM: vertellend schilder en slachtoffer van de Jodenvervolging

Deze aflevering van de boekencolumn gaat niet over een schrijver maar over een schilder. En wel over de tamelijk (onterechte) onbekende maar zeer talentvolle schilder Felix Nussbaum, een Joods-Duitse kunstenaar. In bepaald opzicht kun je echter volhouden dat Nussbaum zijn zeer bewogen leven als balling en vluchteling op literaire wijze als een roman heeft beschreven in tientallen veelal aangrijpende schilderijen. In de woorden van  Fritz Steinfeld, een goede vriend “Felix is een vertellend schilder”. Hoe hij dat gedaan heeft, hoe hij zo’n prachtig “literair oeuvre” heeft opgebouwd en (deels) nagelaten is op een indrukwekkende manier uitgezocht en in een fraaie biografie opgeschreven door de Vlaamse auteur Mark Schaevers met als titel “Orgelman: Felix Nussbaum, een schildersleven”.

Nussbaum is na de oorlog lange tijd als schilder onbekend gebleven. Pas tien jaar na z’n dood dook in 1955 zijn naam weer op bij een tentoonstelling over “Vijf schilders van Osnabrück”. Het Stadsmuseum van Osnabrück had vier vroege werken van Nussbaum weten op te sporen. Vele jaren later werd Nussbaum pas bekend bij een groot publiek als in 2010 een overzichtstentoonstelling in Parijs plaatsvindt. In de recensie van Le monde “Zodra je met Nussbaums ogen meekijkt laat hij je niet meer met rust”. Overigens organiseerde het Joods Museum in Amsterdam in het voorjaar van 1995 een bescheiden tentoonstelling over werken van Nussbaum. Nog weer later in 2014, 70 jaar later nadat Nussbaum in Auschwitz werd vergast, herdacht Museum de Fundatie in Zwolle zijn leven en kunstenaarschap met een 30-tal werken.

Wie was Felix Nussbaum? Nussbaum werd in 1904 in Osnabrück geboren en groeit op in een beschermde omgeving van een liberaal Joods gezin. Zijn vader Philipp was eigenaar van een ijzerhandel, liefhebber van toneel en kunst die de interesse van zijn zoon voor de schilderkunst stimuleerde.  Hoewel zelf amateurschilder vond hij het talent van zijn zoon belangrijker. Aan dat oordeel heeft mogelijk toe bijgedragen dat Felix als twintiger zijn ouders portretteert in twee doeken met als titel “Mijn vader, mijn moeder”. In diezelfde periode schildert Nussbaum ook de (later in de Kristallnacht verwoeste) synagoge in Osnabrück waarbij hij behalve de cantor ook zichzelf portretteert.  

Die zwei Juden

Met dit schilderij “Die zwei Juden” drukt Nussbaum zijn sterke verbondenheid met de Joodse religie uit. Het gezin Nussbaum waar veel over kunst werd gesproken brengt regelmatig hun vakantie door op Norderney, een eiland in de Noordzee dat erg in trek was bij Joodse families.

Erinnerung an Norderney

Felix zal later van Norderney een groot olieverfschilderij “Erinnerung an Norderney” maken met surrealistische inslag daarbij beïnvloed door de Grieks-Italiaanse schilder De Chirico.

In 1922 verlaat Nussbaum Osnabruck en gaat in Hamburg en later naar Berlijn naar de kunstacademie. “Ik loop als een vraagteken door deze wereld  rond” schreef Nussbaum aan  z’n oude  leermeester. In Berlijn valt zijn werk voor het eerst in de prijzen: hij ontvangt de Rome-prijs waaraan een studiebeurs voor de kunstenaarsvilla Villa Massimo in Rome verbonden is.

Berlijn heeft een grote vormende invloed op Nussbaums ontwikkeling als schilder. Hij ontwikkelt zijn eigen stijl, naïef-expressionistisch, waarbij het gebruik van symbolen en allegorische motieven een belangrijke rol spelen. Nussbaum vindt een persoonlijke taal van metaforen en kleuren uit om z’n innerlijk en zijn indrukken uit z’n omgeving in uit te drukken. Hij wordt daarbij sterk beïnvloed door met name Van Gogh, Henri Rousseau en James Ensor. In Berlijn leert hij zijn Poolse-Joodse vrouw Felka Platek (ook schilderes) kennen die hem zijn hele leven op de vlucht zal volgen.

Begin jaren 30 vertrekt Nussbaum naar Italië om met zijn studiebeurs in Rome te gaan studeren. Vanuit Rome begint een lange zwerftocht. Met hun opgerolde schilderijen brengen Felix en Felka bijna twee jaar door in San Remo en in Rapallo. Vervolgens emigreert het schilderspaar via Zwitserland en Frankrijk naar België waar zij eerst in Brussel en later in Oostende officieel als vluchteling worden erkend. Al die jaren is Felix zeer productief en maakt tientallen schilderijen waarvan 35 zelfportretten. Ook maakt hij sfeervolle havengezichten in Oostende.

Der Flüchtling

Vlak na het begin van de oorlog en de bezetting van België door de nazi’s wordt Nussbaum gearresteerd en op transport gesteld naar het interneringskamp Saint-Cyprien in Zuid-Frankrijk. Ondertussen blijft hij steeds schilderen, ook in het kamp waar hij enkele  indrukwekkende werken maakt o.a. “Der Fluchtling”.
In 1940 weet Nussbaum uit dit kamp te ontsnappen en keert illegaal terug naar Oostende waar hij met Felka onderduikt. De volgende jaren in België worden steeds meer overheerst door wanhoop, angst en eenzaamheid.

Er zijn verschillende manieren om nader kennis te maken met leven & werk van Felix Nussbaum. De beste manier is om af te reizen naar Osnabrück waar het Felix Nussbaum Haus is gevestigd.

Dit unieke museum, een parel van een kunstwerk op zich, is in 1998 gebouwd door de Amerikaanse architect David Libeskind en kent veel symbolische elementen zoals de Nussbaumgang die symbool staat voor de lange weg in ballingschap die Nussbaum volgde. Het museum bevat een collectie van ruim 300 schilderijen en vormt de grootste verzameling van Nussbaums werk ter wereld.

Een andere manier om Nussbaum meer vanuit een leunstoel te leren kennen is om de prachtige biografie van de Vlaamse auteur Mark Schaevers te lezen. Dit boek is een historische en chronologische gids over het leven en werk van Nussbaum. Schaevers deed jarenlang onderzoek en verzamelde de informatie in z’n biografie uit tientallen bronnen en internationale archieven o.a. uit brieven die van Nussbaum zijn bewaard in het Russisch staatsarchief. Zijn boek bevat ca. 420 afbeeldingen van werken van Nussbaum die behalve in Osnabrück afkomstig zijn uit musea in Europa, Israël en de VS en uit privécollecties.

“Triomf van de dood” (1943)

Orgelman (de korte titel van Schaevers boek) schildert de wonderlijke wedergeboorte van een door Hitler vernietigde kunst. De titel verklaart Schaevers “kan staan voor de melancholie die een draaiorgel met zijn eeuwig herhaalde deuntjes opwekt”. Hij doet ook denken aan een wandelende Jood zoals Nussbaum er zelf een is. Het orgel keert regelmatig terug in zijn schilderijen. Bijvoorbeeld op een van zijn laatste en meest dramatische schilderijen “Triomf van de dood” (1943), een schijnbaar allegorische verbeelding van de Apocalyps waarop Nussbaum het orgel (met beenderen afgebeeld als orgelpijpen)  bespeelt te midden van een orkest van musicerende en dansende geraamten.  Schaevers typeert dit macabere werk tamelijk dubbelzinnig met het commentaar “als je wilt dat de dood (niet) triomfeert, maak je een schilderij dat uiteindelijk over de dood triomfeert”.

Orgelman beschrijft in vele boeiende details de reis en omzwervingen die Nussbaum door Europa maakte. Op al zijn onderduikadressen liet hij z’n opgerolde doeken achter en bakende daar z’n jarenlange vluchtroute als het ware mee af. Toch slaagde Nussbaum  (“mijn schoorsteen moet ook roken”) er soms ook in om werk te verkopen. Hij stuurde een dertigtal schilderijen en gouaches naar Buffalo in de VS waar de uitgeweken Osnabrücker Friederich Klein de werken aan de man bracht.

Schaevers meldt terloops in zijn boek een bijna duivelse speling van het lot: in november 1938 exposeert een groep schilders waaronder Adolf Hitler en Felix Nussbaum aquarellen in het Maison de la Culture in Parijs….!

Het boek illustreert overduidelijk de veelzijdigheid van Nussbaum en de diverse kunststijlen die hij toepast. Hij schildert impressionistisch, (post)expressionistisch, naïef, realistisch en surrealistisch etc. Ook gebruikt hij diverse technieken voor z’n werken: olieverf, gouaches, aquarel, etsen, tekeningen, grafiek, keramiek. Daarnaast levert zijn themakeuze een overtuigend bewijs van het enorme kunstenaarschap van Nussbaum: hij schildert stillevens, landschappen, stadsgezichten, havens en een groot aantal groeps- en zelfportretten.

“Selbstportrait mit Judenpass” uit 1943

Een zeer bekend zelfportret “Selbstportrait mit Judenpass” uit 1943 schetst een angstige man, weggedoken in de kraag van z’n jas. In zijn hand houdt hij een Jodenpas en om hem heen staan grauwe muren en daarboven hangt een donker wolkendek met een rookpluim als het ware een symbool van Auschwitz waar de levens van Felix en Felka in 1944 zullen eindigen.

Tenslotte heeft hij een reeks grote allegorische werken geschilderd, naast “Triomf van de dood” het doek “Der Tolleplatz”  (1931) waarin hij jonge kunstenaars tegenover de behoudende elite van Kirchner, Dix, Grosz etc. plaatst en de impressionist Max Liebermann staat afgebeeld.

De biografie Orgelman is een monumentaal boek geworden, een eerbetoon aan een briljante kunstenaar die wist dat hij de dood niet kon ontlopen maar hoopte op de onsterfelijkheid van zijn schilderijen: ”Als ik ten onder ga laat mijn schilderijen niet sterven; toon ze aan de mensen”. Ik besluit deze bespreking met een treffend citaat uit een fraaie recensie die Geert Mak over dit boek schreef: “…dit weefsel van honderden puzzelstukjes waaruit langzaam het drama van levens boven water komt, deze biografie krijgt een extra lading door het verhaal dat Nussbaums schilderijen daarnaast vertellen: over de jaren dertig, over het angstige bestaan van de tienduizenden Duitse ballingen in Frankrijk, België en Nederland, over de jacht, de onderduik, de deportaties”. Dit boek vergeet je nooit meer (Mak).

Mark Schaevers, Orgelman, Felix Nussbaum een schildersleven, Amsterdam, 2014, de Bezige Bij

Zie ook:

museumsquartier-osnabruck.de en kingkunst.de/kunsthistorisches/felix-nussbaum-osnabruck/

Eind 2024 zullen alle schilderijen van Felix Nussbaum in een digitale catalogus te bewonderen zijn

Scroll naar boven