Bernhard Schlink

Bernhard Schlink, Duitse vertolker van moraliteit en recht(vaardigheid)

In deze aflevering van de boekencolumn aandacht voor de Duitse schrijver Bernhard Schlink.

Schlink werd in 1944 in Bielefeld geboren maar groeide op in Heidelberg waar hij  z’n brede rechtenstudie voltooide en hoogleraar werd. Later werd hij ook rechter bij het Constitutioneel Hof. Hoewel hij zich specialiseerde in het staatsrecht verdiepte hij zich ook in de rechtsfilosofie en in de ethiek van het recht; wellicht daartoe geïnspireerd door z’n opvoeding want z’n ouders waren bekende Duitse theologen. Hij schreef in 2011 ook een rechtsfilosofisch boek in de vorm van een essay getiteld “Objectieve wetgeving en subjectieve rechters”: over schuld, vergeving, recht en rechtvaardigheid. Thema’s die praktisch in al z’n romans en verhalenbundels als “Leitmotiven” de revue passeren. Maar Schlink staat in z’n boeken ook stil bij actuele vraagstukken zoals de opkomst van radicaal rechts en het gevaar voor de democratie. Het vormt het thema van een recente roman “De kleindochter” (2022) waarin een Berlijnse boekhandelaar erachter komt dat hij een extreem rechtse (stief)kleindochter Sigrun heeft die hij probeert uit de rechts-radicale dorpsgemeenschap in Mecklenburg te redden. Schlinks commentaar (VK 22-06-2024) over dit zeer actuele probleem in Duitsland: “Het kan gebeuren, het tijdperk van de democratie kan ten einde lopen en het is aan ons (in Duitsland en Europa) om ervoor te zorgen dat dit niet gebeurt. Er is dus veel werk te doen” .

Schlink werd na z’n promotie hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de beroemde Humboldtuniversiteit, de oudste universiteit van Berlijn waar ook Max Weber en Felix Mendelsohn ooit studeerden. Zijn keuze voor deze universiteit verklaart ook zijn grote belangstelling voor de geschiedenis van Duitsland met name die van de twintigste eeuw met de wereldoorlogen I en II, het interbellum, de opkomst en ondergang van de Weimar republiek en z’n speciale interesse voor het verdeelde Duitsland tussen 1945 en 1989. Zijn romans spelen zich meestal in een van deze perioden af zoals bijvoorbeeld z’n zeer bekende debuut “De voorlezer” (1995).

Schlink heeft tot op vandaag zo’n zestien boeken gepubliceerd, in meerderheid romans maar ook enkele verhalenbundels zoals “De liefdesval” (2000) en “Zomerleugens” (2010, bevat o.a. een verhaal van Bach op het eiland Rugen) verder het bovenvermelde essay en een luisterboek getiteld “De vrouw van het benzinestation”. Een aantal van Schlinks Nederlandse vertalingen werden door uitgeverij Cossee voorzien van fraaie covers die mij deden denken aan verstilde schilderijen van de Amerikaanse schilder Edward Hopper (1882 – 1967)

Over het oeuvre van Schlink is minder bekend dat hij z’n schrijverscarrière in 1987 begon met een trilogie van detectives die in Nederland in 2004 in één band werd uitgegeven met als titel “De oude zonden”. Hoofdpersoon in deze thrillers is Gerhard Selb. In het eerste boek is Selb, “een onorthodoxe speurder” eind vijftig en in het derde ruim over de zeventig.  Het speurderselement komt in veel meer boeken van Schlink terug zoals in “De thuiskomst”, “De kleindochter”, “Het late leven” maar ook in “De voorlezer”.

Selb is een voormalig nazi-officier van justitie, in 1945 niet bepaald populair maar later zoals Schlink schrijft “toen de oud nazi’s weer gewild waren, wilde ik niet meer”. Tegen de tijd dat de nazi-rechters weer op hun oude pluche terugkeren, wil hij niets meer van zijn vroegere collega’s weten. Schlink confronteert Selb echter steeds weer met zijn verleden. Bij elke zaak die Selb moet oplossen blijven oude kwesties spelen, de vragen naar schuld en boete, verraad en vergeving.  Het lijkt erop alsof Selb niet genoeg geboet heeft voor zijn oude zonden. Zijn verleden blijft hem bij elke zaak achtervolgen, bij een aanslag door anarcho-terroristen, bij een milieuschandaal, bij het faillissement van een bekende bank. Confrontaties met het verleden komen in z’n meeste romans steeds weer naar voren. Of zoals Schlink het kernachtig uitdrukt: “de lagen van ons leven liggen zo dicht op elkaar dat we in het latere  altijd het vroegere tegenkomen, niet als iets wat afgedaan en afgehandeld is, maar actueel en levend”

Geconfronteerd worden met een zwaar belast verleden  en hoe daar mee om te gaan speelt zeker ook een hoofdrol in “De voorlezer”. De roman gaat over Michael Berg een Duitse scholier van zestien jaar die verliefd wordt op Hanna, een alleenstaande Duitse vrouw, tramconductrice van ruim dertig jaar. Nadat hij in de buurt van haar huis kletsnat geregend is neemt zij hem mee naar huis, wast z’n kleren en stopt hem in bad. Er ontspint zich in korte tijd een relatie nadat de jongen Hanna begluurt terwijl zij zich omkleedt en zij hem vervolgens verleidt. Michael komt daarna elke dag naar haar appartement en ze gaan samen in bad en samen naar bed. Nadat ze gevrijd hebben (Michael vanuit onstuimige verliefdheid, Hanna met instinctieve passie) leest hij haar voor, het ene boek na het andere, o.a. de Odyssee, Schiller, Lessing. Achteraf blijkt dat Hanna analfabeet is. Veel later, van de een op de andere dag is Hanna verdwenen, haar huis staat leeg. Michael gaat lange tijd op zoek naar haar maar vindt geen enkel spoor. Later gaat hij rechten studeren maar hij kan haar niet vergeten en blijft worstelen met het raadsel van haar plotselinge verdwijning.

Dan op een dag als hij als stagiaire de rechtbank bezoekt waar nazimisdadigers berecht worden, herkent hij haar in de beklaagdenbank waar zij samen met andere SS-kampbewaaksters de beschuldigingen (o.a. het opsluiten van honderden vrouwen in een kerk die in brand vloog na een bombardement)  van de openbare aanklagers aanhoren. De  onthutsende details daarover worden onthuld tijdens het proces dat wekenlang duurt en waarbij Hanna tenslotte tot levenslange detentie wordt veroordeeld. Hij bezoekt haar al die jaren nooit maar spreekt cassettebandjes in van bekende boeken van o.a. Joodse auteurs als Primo Levi, Elie Wiesel en Hannah Ahrend die hij haar wekelijks toestuurt. Jaren later waarin Hanna zichzelf heeft leren lezen en schrijven brengt Berg, die hoort dat ze spoedig vervroegd vrijkomt, haar een vervreemdend bezoek met wederzijds ingehouden emoties met een plan voor resocialisatie. Maar kort daarna maakt ze een dag voor haar vrijlating een einde aan haar leven. Dan blijkt dat ze geld heeft gespaard waarvan ze in een afscheidsbrief aan Berg verzoekt om dit geld te doneren aan (met name Joodse) fondsen die analfabetisme bestrijden.

In ”De voorlezer” komen vrijwel alle thema’s die de oorlog raken aan bod. Verraad, misdaden, vernedering, boete, schaamte, schuld, moraliteit. Maar ook (onderdrukte) verlangens en passie, eenzaamheid en hulpeloosheid. Thema’s die vaak in andere romans van Schlink terugkomen. De New York Times noemt het boek “moreel complex”. Het boek is vertaald in 39 talen en in 2008 werd het boek  met als titel “The Reader” verfilmd met Kate Winslet in de rol als Hanna.

In zijn laatst verschenen roman met als titel “Het late leven” (2024) schrijft Schlink over belangrijke levensvragen. Hoofdpersoon is de zesenzeventig jarige Martin, jurist van naam met veel publicaties. Hij is getrouwd met een veel jongere vrouw Ulla, een succesvolle schilderes met een eigen galerie. Samen hebben ze een zoon de zesjarige David.

Het boek begint met het slechte nieuws van zijn arts dat Martin (76 jaar) ongeneeslijk ziek is. De prognose luidt dat hij nog 3 maanden te leven heeft. Als reactie op deze onheilstijding weet hij niet wat hij moet voelen. Maar dat is voor hem niet ongewoon. Later komt het ongeloof, hij voelt zich immers prima. Nadat hij een second opinion heeft gevraagd die de diagnose bevestigt vraagt hij zich af wat hem in de komende 12 weken nog te doen staat. Martin stelt zich zelf de vraag “hoe wil ik herinnerd worden” en “wat geef ik Ulla en David mee”? Hij spreekt daarover met z’n vrouw die eerst emotioneel en sprakeloos reageert maar later nuchter met hem overlegt over hoe zij de tijd die rest  samen met hun zoon David zullen doorbrengen. Hij vraagt zich af wat kan hij z’n zoon nog meegeven? Hij besluit om David brieven te schrijven die hij later na z’n dood kan lezen. Hij schuwt daarbij zware thema’s als in God geloven niet. Martin zou graag een jaar lang de Bijbel lezen, maar alleen de mooie en diepzinnige stukken. En met Pasen met z’n zoon naar de Johannes- Passion gaan.  Maar schrijft hij in de brief “Kom niet aanzetten met Gods liefde voor de mensen, zoals hij mensen behandelt, behandel je mensen die je liefhebt niet”.

Martin brengt veel tijd met David door, brengt en haalt hem uit school, ze maken een composthoop en ze tekenen samen. David tekent Martin met een gezicht zonder ogen “als je doodgaat heb je je ogen niet meer nodig” luidt Davids uitleg. In een latere brief  aan z’n zoon schrijft Martin “je vraagt me waarom de dood bestaat”. Je bent zes, op je zestiende als je dit leest snap je natuurlijk dat alles wat leeft zichzelf en zijn energie verbruikt”. Martin bedenkt dat de herinnering aan de jaren die zijn zoon straks met hem doorgebracht heeft, voor David de onwrikbare basis moeten vormen van de zekerheid dat er van hem gehouden werd. Zo is Martin zich steeds meer bewust van z’n eigen emoties, de levensvragen die hij zichzelf stelt en de gesprekken die hij daarover met z’n vrouw Ulla voert maar ook op een andere manier met David.

De weken gaan voorbij, hij wordt vaker “moeziek” zoals David dat uitdrukt. Op een bepaald moment ontdekt hij dat z’n vrouw een minnaar heeft en dat zij een dubbelleven leidt. Hij is enigszins jaloers, maar vooral nieuwsgierig en vraagt zich af “genoot Ulla ervan om dubbel geliefd te worden, dat als een spel te zien en dat te beheersen; en zich alvast voor te bereiden op een leven zonder hem”? Het vermengt zijn tedere gevoelens voor haar met bitterheid, en het vervreemdt haar van hem. En maakt hem eenzaam. Als hij haar confronteert met zijn ontdekking breekt Ulla met haar minnaar. Ze vinden weer toenadering tot elkaar en Martins verjaardag breekt aan: “de laatste die we samen vieren”. Ze rollen het vloerkleed weg en dansen samen zoals ze dat vroeger deden. Ze besluiten als gezin op vakantie te gaan. Naar zee, maar welke? De Noordzee is mooier, de Oostzee is dichterbij. Ondanks de toegenomen pijn brengen ze veel tijd aan het strand door. Hij in een ligstoel waar hij regelmatig in slaap valt, zweeft tussen waken en dromen en door de regen wakker wordt. Er komen herinneringen naar boven met momenten van vervulling in zijn leven: de vluchtige kus die hij kreeg van een meisje dat hij op zijn vijftiende het hof had gemaakt. De erkenning die hij voelde toen hij z’n dissertatie afrondde en overtuigd was dat hij het recht begreep. Het boek eindigt met de opname van Martin in een hospice. Hij las ’s avonds  zijn zoon voor en hij genoot ervan dat David sterker werd naarmate zijn krachten afnamen.

Al aan het begin van dit boek (geschreven in Schlinks kenmerkende sobere en heldere stijl) vroeg ik me af hoe autobiografisch je deze roman kunt beschouwen. Die vraag over het autobiografische gehalte (en dat geldt in het algemeen bij boeken van romanschrijvers) kan men stellen bij veel van Schlinks romans. Er zijn naar mijn oordeel in dit boek opvallende gelijkenissen tussen auteur Bernhard Schlink en hoofdpersoon Martin: in leeftijd(sfase), beroep van jurist, politieke en morele opvattingen, interesses maar ook t.a.v. de beschreven karakters en familiesituatie. Beide personen kun je als introvert en melancholisch beschouwen. Die conclusie valt ook op te maken uit interviews op YouTube en recent uit een kranteninterview. (VK 22 juni 2024)

Tenslotte laat ik Schlink aan het woord in het VK-interview over zijn bedoeling met z’n laatste roman: “ik heb willen zeggen in mijn boek: het late leven is een echt leven, ook als je oud bent”. “Het is niet dat het geleidelijk bergafwaarts gaat, het is een intens leven met, opnieuw, zijn eigen uitdagingen, zijn eigen problemen en zijn eigen vreugde”.

Op de website van de bibliotheek is meer informatie te vinden over Bernhard Schlink

Link naar bol.com

Scroll naar boven